Angelica radix - Engelwortel
Beschrijving: Engelwortel wordt 2-4-jarig en vormt in de eerste jaren alleen een behoorlijke wortelrozet. In het 2e jaar, minder vaak in het 3e of 4e jaar bloeit hij, vormt vruchten en sterft dan af. De wortel wordt maar enkele cm lang, echter dikwijls bijna armdik. In het wild vormt engelwortel maar weinig knolvormige wortels, terwijl hij bij kweken onder de wortelstok talrijke 1 cm dikke wortels ontwikkelt. De onderste bladen zijn tot 90 cm groot, driehoekig van omtrek en drievoudig geveerd, met 4-8 cm grote, grof gezaagde delen. De tot 6 cm dikke en tot meer dan 2 m hoge stengel is fijn gegroefd en hol. Er zitten weinig bladen aan en hij draagt een groot, bolrond bloemscherm met witte
bloemen. Bloeitijd juni-juli
Gebruikte delen: De gedroogde wortels en de wortelstok, minder vaak ook de jonge stengel en de vrucht.
Verbreiding en teelt: Engelwortel komt zelden in het wild voor; in Nederland in uiter-waarden, vooral in grienden, vrij zeldzaam. Hij stamt uit Noord-Europa. De teelt geschiedt meestal door zaaien in bedden op circa 30 cm onderlinge afstand. In de eerste zomer blijven de planten staan. Ze worden in september verplant in diepe grond, op een niet te droog en niet vers bemest voedzaam veld op afstanden van 50 - 60 cm. Oogsten in de volgende late herfst. Drogen in de schaduw en in de zon mogelijk.
Werkzame stoffen en werking: De eigenlijke werkzame stof is de etherische olie. Daarnaast komen cumarineverbindingen voor. Engelwortel werkt vooral prikkelend op maagsapklieren en kalmerend op darmspieren, maagklachten die worden veroorzaakt door ergernis en onrust . Ook gebruikt bij; verstopte huid, psoriasis, artritis, jicht, reuma, oedeem, bronchitis, hoesten, verkoudheid, bloedarmoede, vermoeidheid, spijsverteringsproblemen, verstopping, aambeien, hartkloppingen, slecht slapen en geelzucht.
|
 |