Taraxacum vulgare - Paardebloem
Beschrijving: Bij het geslacht paardebloem wordt nu een groot aantal kleine soorten onderscheiden. De paardebloem bezit een 10-30 cm lange, dikwijls meerkoppige zwart-bruine penwortel die zich weinig vertakt. De bladen zijn 5-25, zelden tot 50 cm lang, lancetvormig en verschillend diep gezaagd (ook veerlobbig tot veerdelig genoemd) meer of minder wollig behaard. De gele bloemen zitten in hoofdjes op de holle stengels. Ze zijn allemaal lintvormig. Bloettijden april-mei en september.
Verspreiding en verzamelen: De paardebloem groeit tot op meer dan 3000 m op weiden, wegbermen, ruigten, enz.; ook in Nederland zeer algemeen. De wortel is het bitterste in juniaugustus. Bepaalde geneesmiddelboeken verlangen het in de herfst verzamelde kruid. Drogen mogelijk in de zon en in de schaduw, het beste na het overlangs splitsen van de wortels.
Werkzame stoffen en gebruik: Bevat melksap en in grotere hoeveelheden het kool-hydraat inuline. Het kruid prikkelt de spijsverteringsklieren, speciaal lever en alvleesklier- versterkend, galopwekkend, ontstekingsremmend en ontgiftend. Verder werkt het zwak urineafdrijvend en laxerend.
|